Diversen

Mos

Niet meer dan één duim hoog, een groots en minuscuul woud. Niets beweegt in de wereld van mos. Je kan het ruiken; dompig en doordringend en oud. Drukkend met je handpalm op dat strakke kleine boslandschap veert het zonder klacht weer terug. Het voelt warm en sponzig aan, warmer en vochtiger dan de lucht er omheen. Het lijkt zijn eigen weersomstandigheden te hebben.

 

Bekijk het met een vergrootglas en het miniatuurwoud vertoond zich in al zijn majestueuze details: een verrassend landschap met paden in alle richtingen weelderige valleien met piepkleine boompjes microscopisch, in elkaar verstrikte klimplanten. Mossen  hebben geen wortels. Mossen bezitten geen inwendig cel skelet. Mossen dragen geen vrucht, ze planten zich voort met sporen. Ze hoeven geen bloemen, vruchten of vleugels te produceren; ze moeten alleen net verschillend genoeg zijn om hun rivalen te overtroeven. En geen rivaal ter wereld was bedreigender dan de rivaal die pal naast je groeide. 

 

Mos is onvoorspelbaar sterk: mos eet steen maar bijna niets eet daarentegen mos. Mos voedt zich met keien, langzaam maar verwoestend, in een maaltijd die eeuwen duurt. Als ze genoeg tijd krijgt kan een moskolonie een rots in grind veranderen. Mos groeit waar niets anders kan groeien. Het groeit op baksteen, op boomschors en dakleien. Mos heeft de onverschrokkenheid om bos weer tot leven te wekken, het is een regeneratiemachine. Een dot mos kan veertig jaar uitgedroogd liggen sluimeren, om weer tot leven te worden gewekt door een enkele regenbui.

 

Het enige wat mossen nodig hebben is tijd: mostijd. Mostijd verstrijkt schrijnend traag. Het lijkt niet te bewegen maar jaren of zo later laat mos toch zijn bewegingen zien.

 

uit: ‘Het hart van alle dingen’ van Elizabeth Gilbert.

meer
.











12
Nov
Vergane glorie - Blik op de tuin 875
11
Nov
hoe krijg ik bijzondere vogels in de tuin