Uden

Wilde marjolein

Wilde marjolein, Origanum vulgare.

Ik, wilde marjolein, mag tot de beste inheemse drachtplanten worden gerekend. Mijn lipvormige bloemen bevat nectar met een erg hoog suikergehalte van zo’n 75 %.  Mijn geurende bloemen zijn roze tot purper, heel soms wit en ze bloeien van juli tot en met september.

Ik ben een overblijvende plant, wordt zo’n 30 cm hoog en ik voel me het meest thuis op een zonnige plek in de tuin in een bodem die matig voedselarm tot matig voedsel rijk is. In het wild groei ik  vaak in overgangen van bos naar open terrein, op kalkhoudende en goed waterdoorlatende bodems.

Ik kan vrij goed tegen hitte en droogte en als ik ruimte krijg, kan ik makkelijk uitzaaien of vorm ik ondergronds wortelstokken om zo vegetatief te verspreiden.
Mijn blad blijft in de winter groen en heeft een heerlijke tijmachtige geur vanwege de etherische olie in de bladeren. Deze fijne geur  komt vrij wanneer je paar blaadjes fijnwrijft en ook in gedroogde vorm blijven mijn blaadjes en stengels geuren.

Mijn blad heeft ook een karakteristieke smaak, kruidig en enigszins zoet. Het smaakt fris en pittig en ik word dan ook al eeuwenlang als smakelijk keukenkruid gebruikt. In een kruidentuin mag ik dan ook niet ontbreken.

Van mijn nectarrijke bloemen profiteren ook veel soorten wilde bijen, met name hommels, veel soorten dagvlinders zijn dol op mijn nectar, zoals de citroenvlinder, gehakkelde aurelia, kleine vos, dagpauwoog, atalanta, distelvlinder het koolwitje bruin blauwtje, icarusblauwtje, bont zandoogje en de kleine vuurvlinder.

Ik ben dan ook in allerlei opzichten een waardevolle plant voor mens en dier. In tuinen ben ik goed te combineren met ander inheemse wilde planten, zoals grote centaurie, knoopkruid, veldsalie, duifkruid, zeepkruid en kleine pimpernel. Ik word nogal eens verward met de verwante soort majoraan (Origanum majorana).