Uden

Blauwe knoop

Blauwe knoop, Succisa pratensis

Ik,  blauwe knoop,  ben een langlevende plant - ik kan meer dan 25 jaar oud worden - uit de kamperfoeliefamilie. Mijn rechtopstaande bloemstengels kunnen 75 cm hoog worden en mijn prachtige bloemen hebben een lange bloeitijd: van eind juli tot wel in oktober. Er is geen ander inheemse plant die in de late zome zoveel insecten trekt.

Ik ben een erg geliefde voedselbron voor wilde bijen, hommels, kevers, (zweef)vliegen en diverse vlindersoorten, zoals klein geaderd witje, keizersmantel, zilveren maan, dagpauwoog kleine veldparelmoervlinder en verschillende soorten langsprietmotten, waaronder de blauwe knoop-langsprietmot.

Mijn bloemen zijn prachtig violet-blauw van kleur en zien er uit als een soort (halve)knoop omdat de bloembodem plat is. Mijn Nederlandse naam slaat dan ook op de kleur en de vorm van de bloem die doet denken aan een knoop.

Mijn botanische naam succisa komt van het Latijnse succidere, wat 'van onderen afsnijden' betekent. Het lijkt alsof mijn wortelstok aan het uiteinde is afgehakt. De soortaanduiding pratensis is een afgeleide van het Latijnse pratum oftewel weide wat betekent: 'voorkomend of groeiend in de weide. Een bekende volksnaam is duivelsbeet, vanwege sagen en legenden over de 'afgebeten' wortelstok door de duivel.

Ik ben van nature een zonneminnende plant en leef graag op voedselarme, zwak zure bodems die vochtig tot nat maar soms ook vrij droog kunnen zijn. De bodem kan bestaan uit zand, leem of veen. Ik ben een kenmerkende soort van zogeheten blauwgraslanden: schrale graslanden die een deel van het jaar best vochtig tot nat zijn. In Zuid-Limburg groei ik ook op hellingen, zowel aan de natte als aan de droge kant. Ik ben verder een schoolvoorbeeld van een plantsoort die tot in de eerste helft van de 20e eeuw vrij algemeen voorkwam in het wild en daarna sterk is achteruit gegaan.

In tuinen ben ik goed te combineren met andere inheemse wilde planten, zoals grote pimpernel, grote kattestaart, wilde bertram, knoopkruid, gewone agrimonie, prachtanjer, gewone brunel en bevertjes. Er zijn een paar cultivars van de blauwe knoop, o.a. een variant met witte bloemen. Heel soms komt ook een witte of roze bloemkleur voor bij de wilde soort.