Uden

In mijn tuin zag ik ...

In mijn tuin zag ik
twee vinken in de ginkgo  

een merel in
de perelaar  

een roodborstje op
een broodkorstje  

en voelde mij het
winterkoninkje te rijk!

Laat er een tuin zijn

Laat er een tuin zijn
waar de bladeren heel traag
vallen, menigmaal
hun laatste landingsplaats
bepalen, alvorens
de aarde te raken waar
Ze ligt in het verlengde
van hun vrije val

Laat het mijn tuin zijn
waar de wereld eeuwig blijft
haperen tussen zomer en herfst
tussen vallen en opstaan”

Peter Theunynck

Een klus voor het leven

    Een mooie tuin 
    is een lust voor het oog
    en een klus
    voor het leven.

 

 

 

 

Een hommel en een bij.

    Er liepen op de brug van Bommel,
    drie kindjes van een hommel.

    En vrolijk stapten aan hun zij, 
    drie kindjes van een bij.

    Die kleintjes moesten alle zes, 
    naar bijles en naar hommelles

 

Schoonheid moet eindig zijn

   Schoonheid moet eindig zijn
   de troost van het eindig zijn
   
   is schoonheid.

Als ik geen roos meer brengen zal.

De appelboom

Stel:
de appelboom bloeit en de wind
verstrooit duizend witte blaadjes
in de omliggende tuinen en overal

waar ze de grond raken beginnen
appelbomen te bloeien en de wind
waait en verstrooit de witte blaadjes

onophoudend tot - de wereld althans
vanuit een baan om de aarde gezien
een witte, bloeiende appelboom gelijkt.

Zou dat niet te mooi om waar te zijn?

Staatslieden

Staatslieden zijn geen architecten
maar tuinlieden


die het moeten doen
met materialen die de natuur biedt.